‘Stemmen wegsturen of het zwijgen opleggen met medicatie? Dat is zeker geen structurele oplossing!

  Margriet Wentink

Margriet Wentink, traumadeskundige en opleider:

‘Stemmen wegsturen of het zwijgen opleggen met medicatie?

Dat is zeker geen structurele oplossing!

 

‘Mijn uitgangspunt is: erkennen, erkennen en nog eens erkennen. Ik benader stemmen als afgesplitste delen van een persoon. Ze hebben altijd een functie. De stemmen wegsturen of onderdrukken of met medicatie het zwijgen opleggen kan het lijden van iemand tijdelijk verlichten, maar het is zeker geen structurele oplossing. Als mensen medicatie gebruiken kan het probleem niet aangepakt worden. Ik ben niet principieel tegen medicatie, er komen natuurlijk mensen in de praktijk die medicijnen gebruiken. Ik zie in zo’n situatie dat ze een bepaalde afstand hebben of nemen tegenover het proces*) dat we samen ingaan. Gevoelens en emotionele betrokkenheid zijn gedempt. Daarnaast: Ik begin nooit met een diagnose. Ik begin met een mens die voor me zit. Eigenlijk is mijn standaardvraag: Wat heb je meegemaakt in je leven? Vaak blijkt dat er trauma’s zijn of zijn geweest, waar mensen in het hier en nu last van hebben. Mensen willen of kunnen daar niet altijd meteen iets over zeggen.  Soms zijn ze zich niet eens bewust van traumatische ervaringen en kunnen ze zich die aanvankelijk niet herinneren.’

Margriet Wentink (1963) is traumadeskundige en opleider. Zij richt zich op behandeling van gevolgen die volwassenen ondervinden van vroegkinderlijk en complex trauma. Sinds 1996 leidt zij Interakt, centrum voor meergenerationele psychotraumatologie. Ze publiceerde bij uitgeverij Mens! Je verlangen – dwaallicht of kompas (2014) en Het mamatrauma – hoe vroegkinderlijke ervaringen je leven ongewild beïnvloeden (2020). Samen met journalist Marijke Kolk publiceerde ze in 2019 Blootgelegd; geeft trauma een gezicht.

We spreken over veel meer dan stemmen horen. Het kost ons moeite om haar boeiende en gedetailleerde uiteenzetting over wat een behandelaar kan (en ook niet kan) terug te brengen tot een compact artikel voor de website van Stichting Weerklank…… Het is ondertussen zeker de moeite waard om kennis te nemen van de teksten op www.interaktiel.nl.

 

De stem van de onmacht

‘In mijn werkwijze ga ik ervan uit dat stemmen horen op een of andere manier verbonden is met iets dat is verdrongen of met een gevoel dat er eigenlijk niet mag zijn of met een ervaring die is blijven bestaan maar destructief is. Als ik dit zo zeg dan denk ik meteen aan iemand in mijn praktijk. Ze kwam nadat ze al een aantal keren opgenomen was geweest. Toen ze voor het eerst kwam zag ik dat ze heel kwetsbaar was. Toch begon ik met mijn standaardvragen: Wat heb je meegemaakt in je leven? Wat brengt jou hier en wat wil jij hier graag doen? Ik merkte dat ze zo in beslag werd genomen door stemmen dat ik niet kon beginnen met de eerste stappen van de Interactieve Zelf-Resonantiemethode**). We gingen met tussenstapjes aan de slag en ik vroeg uitgebreid naar de stemmen. Soms zie ik dat mensen zo bang en onzeker zijn, dat ik voorstel om te kijken naar wat ik noem ‘het gezonde deel’. Ik vertel dan iets over mijn uitgangspunt en mijn werkwijze en dat ik echt geloof dat er in ieder mens altijd een gezond deel is.  Misschien heeft dat deel zich verscholen omdat het niemand meer vertrouwt. Dat is eigenlijk een overlevingsstrategie. Ik stel voor om dat deel eerst weer beter te leren kennen.’

Margriet beschrijft een cliënte die uit een streng christelijk milieu komt. Ze kreeg seksueel getinte boodschappen die haar ertoe brachten om haar seksualiteit te onderdrukken. Ze ontwikkelde stemmen die daar alles mee te maken hadden. Een andere cliënte hoorde de stem van de agressor in een vroegere periode van haar leven. Tijdens het proces dat Margriet met haar in ging, bleek dat de enorme agressie en de onderdrukking haar toen volkomen machteloos hadden gemaakt.

‘En in het hier en nu is die onmacht er nog steeds. De persoon die haar als heel jong kind veiligheid en hechting had moeten bieden, bleek daarin volkomen te falen. De stem die ze hoorde was de boodschapper van de agressor. Het was de stem die haar toen onmachtig maakte en nu ook nog. Als ik mensen ontmoet die aangeven een of meer stemmen te horen dan komen we er samen heel vaak achter dat die stemmen boodschappers zijn van iets wat mensen hebben verdrongen, waar ze machteloos onder zijn geweest. Dat kan soms al in een prenatale periode zijn ontstaan, bijvoorbeeld vanwege abortuspogingen of verslavingen. Als er sprake is van ernstig trauma in de vroegkinderlijke periode en ook later in het jonge leven, blijkt dissociatie een krachtig beschermingsmechanisme te zijn, een overlevingsstrategie. Dat is zo diep in het leven gegraveerd dat mensen het jaren later nog steeds stevig vast blijven houden. Het beschermingsmechanisme van dissociatie is heel belangrijk als je verschrikkelijke dingen hebt meegemaakt. Het is dus goed dat het bestaat, zou je misschien ook kunnen zeggen. Blijkbaar heeft onze psyché zo’n extreem middel voorhanden als er echt geen andere overlevingskans meer is. Maar het is later een barrière om te werken aan een goed leven.’

 

Woorden dienen in eerste instantie om onze innerlijke ideeën, gevoelens en gedachten een plek te geven in de wereld buiten ons en ze met anderen te delen. Ze werken echter niet alleen van binnen naar buiten, maar evenzogoed in omgekeerde richting. Zoals een moeder een slapend kind kan wekken door zacht zijn naam te noemen, zo kan een woord iets in je wakker maken dat onbewust in je heeft liggen sluimeren: opeens herinner je je een naam, krijg je een inzicht, worden er bepaalde gevoelens bij je opgeroepen of komt er een goed idee in je naar boven.***)

 

Geen diagnose, niet evidence based. Kan dat wel?

‘Ja, zeker kan dat! Ik zou zeggen: het kan veel beter. Er komen mensen binnen, geen diagnoses op twee benen. We gaan met elkaar praten. Niet zomaar praten, maar op basis van wat iemand heeft aangegeven en op basis van Interactieve Zelf-Resonantie. Er komt informatie naar boven en dan kan het bijvoorbeeld zomaar dat diegene opeens zegt: ‘Trouwens, weet je, mijn moeder zei, ….’.  En dat is precies hoe het werkt: het proces dat we met elkaar zijn ingegaan, spreekt het impliciete geheugen aan. Al die informatie zit wel degelijk in ons, ook al kunnen we die niet zomaar paraat reproduceren. De informatie wordt geactiveerd door contact met andere mensen, in dit geval ben ik dat contact als het gaat om een individuele sessie. In groepssessies kan dat elke andere deelnemer zijn. Door een bepaalde afstand of juist een bepaalde intimiteit of door oogcontact of door aanraking of door temperatuur of een combinatie of wat dan ook. Het zijn de onbewuste signalen van het neurologische en zintuiglijke systeem die opgeslagen ervaringen activeren. Dat is waarom de methode zo goed werkt.’

Je mag verwachten dat de reguliere psychiatrische en psychische hulpverlening zich niet zomaar laat overtuigen van deze aanpak, leggen we aan haar voor.

Margriet: ‘Nee, zeker niet. De eis van evidence based werpt in contacten met professionals vaak een barrière op. Maar ik stel ook vast dat in het ggz-bouwwerk scheurtjes ontstaan. Daar zitten natuurlijk ook mensen met de handen in het haar, mensen die zich onmachtig voelen, mensen die in een systeem werken, maar tegelijk voelen dat er iets anders nodig is dan wat er al jarenlang is geboden. Ik ontmoet in de ggz steeds vaker professionals die zich afvragen: Wat doet het met mijn cliënt? Het zijn hulpverleners die soms van hun cliënten horen dat een andere manier van behandelen beter werkt, maar in hun eigen systeem daar niet of nauwelijks handen en voeten aan kunnen geven. Toen we 15 jaar geleden met deze methode begonnen was het absoluut not done om psychose en schizofrenie in verband te brengen met trauma. Eigenlijk was dat een contra-indicatie: voor dat soort klachten ga je niet terug in het verleden. Er zijn ontwikkelingen die hoop geven, zoals de inzet van psychiater Jim van Os, die laat zien dat genoemde relatie er wel degelijk is, sterker nog: dat die expliciet moet worden betrokken in de behandeling. Nou, dat is winst.’

Margriet Wentink heeft wel eens met de Interactieve Resonantiemethode in een ggz-setting gewerkt. De resultaten waren goed en zowel cliënten als ook een enkele psychiater of psycholoog liet zich in positieve bewoordingen uit. Een psychiater zei ooit: ‘Ik zou iedereen zo’n diepteproces gunnen.’ En tegelijkertijd ‘Maar ik kan dat niet verantwoorden.’ Ze begreep en begrijpt die tweeslachtige opstelling wel, maar ze ziet ‘gelukkig’ ook veranderingen. Niet alleen cliënten maar ook professionals verlaten steeds vaker de ggz-structuur om respectievelijk elders hulp te zoeken (en zelf te betalen) of te werken met een aanpak die effectiever is.

 

De samenhang tussen menselijke taal en menselijke psyché vormt de essentie van de Interactieve Zelf-Resonantie. Dat is een werkwijze waarbij taal toegang geeft tot het onbewuste. Deze methode houdt in dat elk verlangen naar verandering, elke poging tot zelfreflectie of elke inzichtsvraag die iemand heeft, wordt geformuleerd in de vorm van een enkele zin. Zo verwoordt een vrouw met een chronische ziekte bijvoorbeeld haar angsten en verlangen met de zin ‘Ik wil leven’ en beschrijft een man die met een nieuwe partner een huis heeft gekocht, maar wiens vorige huis al jaren te koop staat, zijn veranderdoel als ‘Ik wil mijn eerste huis verkopen.’

 

Herstellen of genezen?

‘Ik spreek nooit over genezen. Ik ga uit van herstellen en soms noem ik het helen. Ik licht dat wel eens toe aan de hand van een voorbeeld over boomgroei. Als een boom wordt beschadigd door wat voor oorzaak dan ook, dan groeit die boom verder en gaat niet meteen dood. Die beschadigde plek blijf je zien en die is van invloed op hoe de boom verder groeit. Als de boom in zware wind staat, groeit hij krom. Probeer niet om de boom weer recht te zetten in zijn oorspronkelijke groeisituatie want dan breekt de boom. Het klinkt misschien een beetje vreemd, maar dat zie je ook bij mensen die getraumatiseerd zijn. Er is iets gebeurd dat hun groei heeft veranderd. Soms wordt door hulpverleners dan vaak vastgehouden aan dat onterechte en zeker onhaalbaar dogma: het kan en moet weer worden zoals het was. Nee, dus. Iets is om goede of slechte redenen veranderd en vanuit die nieuwe situatie gaan we samen aan het werk. Stel dat je door trauma een overgevoeligheid hebt gekregen voor bepaalde situaties of gebeurtenissen. Je hebt een handicap zou je kunnen zeggen. Levenslang is er iets waarvan jij voelt: hier kan ik niet zo goed tegen. Het doet je geen goed, je wordt bang. Je kan dan denken: ik MOET helen. Maar je kan ook denken: nou dat is dan zo, ik begrijp me zelf en dus kan ik dat beter niet doen. Het is herstel als we van onszelf begrijpen waarom we voor dit niet zo geschikt zijn en wel heel geschikt voor iets anders. In mijn eigen leven en bij cliënten zie ik hoeveel herstel er mogelijk is. We kunnen het een bijzonderheid noemen dat je voor dit wel en voor dat niet geschikt bent (geworden).  Je kan leren om je veiliger, beter, zelfverzekerder te voelen om andere dingen te proberen en om te erkennen dat iets niet helemaal (meer) bij je past. Dat is beter dan eindeloos gecoacht worden op iets dat uiteindelijk niet gaat lukken.’

 

Wat is jouw verlangen?

Volgens de traumatherapeute is er veel dat we onbewust doen omdat we in een heel vroeg stadium in ons leven geleerd hebben dingen op een bepaalde manier te doen. Bijvoorbeeld gedragspatronen die in relaties voorkomen.

‘Stel bijvoorbeeld dat jullie mij nu aankijken en ik heb ergens in mezelf angsten en ik durf jullie niet terug aan te kijken. Maar ik ga toch tegen jullie praten. Dan is er dat onderliggende trauma dat ik zelf niet zou herkennen. Of misschien herken ik ergens mijn gedrag wel, maar dan weet ik al helemaal niet waar het vandaan komt. Wat ik via de genoemde methode doe is, dat ik op het moment dat ik dat merk of misschien wel vaststel bij een cliënt, ik hem of haar niet onmiddellijk daarop aanspreek. Dat zou iemand verder in zijn angst doen schieten. Later in het proces maak ik dat wel expliciet. Ik leg dan het patroon voor: ik merk dat je daar of daar uitwijkt, of dat je daar extra gaat pleasen of je op een of andere manier anders gaat gedragen. Die impliciete of expliciete patronen bespreken we. Dat brengt mensen bij bewustwording: Doe ik dat echt?  Maar waarom dan? Wat zit daaronder? Waarom en wanneer ben ik dat eigenlijk nodig gaan hebben? Wat probeer ik ermee te beogen? Heel vaak zien we dat je daardoor eigenlijk gedragspatronen die op den duur storend zijn geworden, weer kan herstellen of veranderen. We pakken impliciete patronen op daar waar ze mensen in de weg zijn gaan zitten. We gaan dat echt niet bij iedereen die we ontmoeten continu benoemen. Mensen komen met een vraag en ik vraag ze om expliciet te verwoorden wat ze hier en nu, met mijn ondersteuning, willen gaan doen: Wat is jouw verlangen? Ons vertrekpunt in het werk is altijd het eigen verlangen van de cliënt. We vragen mensen om dat op te schrijven en ik hou me daar ook aan. Het is niet zo dat als mensen zeggen van: ik wil meer succes in mijn werk, ik noem maar iets, dat ik dan al bij voorbaat zeg: het gaat niet om succes in je werk, het gaat eigenlijk hierom of daarom. Ik hou me dus bij waar iemand mee komt.’

 

Als mensen een verlangen of een wens verwoorden, zijn ze zich er lang niet altijd van bewust wat ze zeggen, hoe goed ze misschien ook hebben nagedacht over hun verlangen. Dat komt omdat woorden als topjes van een ijsberg zijn: het grootste deel van de specifieke betekenis die een woord voor iemand heeft, bevindt zich onder de oppervlakte van het bewustzijn en slechts het topje van de ijsberg (de betekenis waarvan deze persoon zich bewust is) steekt erboven uit. Het gesproken of geschreven woord staat niet op zichzelf, maar is verbonden met die diepere, onbewuste betekenis. Levenservaringen en gebeurtenissen geven kleur aan een woord en bepalen voor een groot deel de betekenis ervan voor de persoon die het gebruikt.

 

Impliciete patronen expliciet maken

Bij Interakt vormt de beginafspraak tussen cliënt en hulpverlener de basis voor de hele verdere samenwerking. Dat is het contract. Dat houdt in dat elke vraag of elk verlangen van de cliënt het vertrekpunt vormt voor het Interactieve Zelf-Resonantieproces. Of het nu om gezondheid gaat, om functioneren op het werk, om relaties, om (onbegrepen) gedrag of gevoelens of om het verwerken van tegenslagen, ingrijpende gebeurtenissen of verlieservaringen.

‘Als iemand een zin formuleert en opschrijft dan gaan we dat samen woord voor woord onderzoeken. We werken in de methode met woorden, en in de ruimte. We kunnen bijvoorbeeld blokken of andere voorwerpen op een bepaalde plek plaatsen, die de woorden representeren. Het kan ook zijn dat we de cliënt vragen om een of meer mensen in de ruimte te plaatsen. Die personen worden uitgenodigd te resoneren met het woord dat zij vertegenwoordigen. Hoe het ook zij, het gaat erom dat we de cliënt met dat wat hij of zij heeft opgeschreven of ruimtelijk heeft neergezet laten resoneren. Tien tegen een dat dat een patroon in iemands leven laat zien. Dat er iets is gebeurd, bijvoorbeeld dat iemand al dan niet plotseling in zijn of haar heel jonge jaren is losgelaten en het maar uit moest uitzoeken. Dat noem ik impliciete patronen. Het heeft met heel vroege hechtingservaringen te maken, met name waar die negatief zijn geweest in de zin van: er was niet voorhanden wat een jong kind heel erg nodig heeft. Dat heeft een grote impact. Het kan het begin van een patroon vormen, dat toen en nog steeds het denken en handelen van iemand bepaalt. De cliënt zal niet altijd meteen weten dat dat teruggrijpt op vroegkinderlijke ervaringen. De woorden in de zin tonen zowel staat voor het probleem (waarom heeft iemand nog niet kunnen realiseren in zijn leevn wat hij of zij verlangt?) als de impliciete patronen. Maar ze tonen ook de onbenutte mogelijkheden en sluimerende potentie van iemand. Dat is niet onmiddellijk duidelijke, maar dat samen ontdekken is nu juist het proceswerk. Mensen komen eigenlijk altijd bij therapeuten of coaches omdat ze ergens last van hebben. Het liefst willen ze dat jij iets doet waardoor ze er geen last meer van hebben. Mensen die met een hulpvraag contact opnemen met Interakt zijn zich in een bepaalde mate wel bewust dat er iets achter hun problemen schuil gaat. Ze hebben het vermoeden dat ze ook naar zichzelf moeten gaan kijken. Dan komen we soms bij heel verrassende dingen. Soms zegt iemand na afloop: ik heb het altijd wel min of meer geweten, maar ik heb het niet kunnen benoemen. Er werd wel iets gevoeld, maar nu wordt het als het ware voorgespiegeld en valt het op zijn plek: O, dat is het-dat wist ik ook eigenlijk wel-maar ik kon er niet bij komen.’

 

Woorden functioneren in ons bewustzijn zoals zoekwoorden in een computer: je typt een woord, klikt op ‘zoeken’ en er verschijnt een hele reeks documenten. Van sommige ontdek je tot je verrassing dat je niet eens meer wist dat je ze had of wat de inhoud ervan was. Je hebt meer opgeslagen dan je je wist te herinneren. Zo is het ook met gesproken en geschreven taal. In elk woord, in elke zin die je spreekt of schrijft, resoneert een diepere ervaringswereld mee, of je je die nu wel of niet bewust herinnert: alle gebeurtenissen die je hebt meegemaakt, alle relaties die je hebt (of hebt gehad) en alle ervaringen die je hebt opgedaan zijn onbewust verbonden aan een bepaald woord en geven dat woord een betekenis voor jou.

 

 

Prenataal trauma

Zoals gezegd, er passeren in het gesprek met Margriet Wentink veel thema’s en onderwerpen de revue. Te veel om dat allemaal in het bestek van dit artikel te vatten. Maar er is nog een ding dat we graag van haar willen horen. Ze spreekt over ‘prenataal trauma’. Prenataal trauma?  Hoe kan je dat weten? Is er een biomedische onderbouwing?

‘Er is al heel veel gedocumenteerd over prenataal trauma en over de invloed van de prenatale periode. Pre- en perinatale psychologie kent vooral in Amerika een lange staat van dienst. In ons land is het nog niet zo geland. Het is wel booming, zou je kunnen zeggen. Ik zou iedereen willen aanraden om de documentaire In Utero****) te zien. Die gaat over ervaringen in de baarmoeder. Daarnaast is er goed onderzoek naar wat stress van de moeder doet bij de foetus. Bijvoorbeeld blijkt dat de hartslag van het kind omhooggaat als moeder hevige stress heeft. Stresshormonen van de moeder hebben dan ook een uitwerking op het ongeboren kindje. Als moeder veel hevige stress heeft tijdens de zwangerschap, door welke omstandigheden dan ook, dan zie je dat kinderen later gevoeliger zijn voor stress. Dat kan ervoor zorgen dat ze later veel sneller overspoeld en ontregeld kunnen raken door stressvolle gebeurtenissen. Als zo’n langdurige stresspiek zich voordoet in de zwangerschap dan kan het kindje natuurlijk niet vluchten of vechten. Zo’n prenatale periode kan voor het kind leiden tot levenslange gevolgen. Daarnaast kan het zijn dat een ongeboren kind zelf in levensgevaar is geweest, tijdens de zwangerschap of geboorte. Ook daarvan zien we vaak dat  het een traumatische ervaring is, die zijn sporen nalaat in de neurologie en de psyché van het kind.’

 

Paul Custers

Liesbeth van Breemen

 

*)             Margriet Wentink is oprichter en eigenaar van Interakt, een begeleidings- en opleidingscentrum dat zich richt op persoonlijke ontwikkeling, traumaverwerking en opleiding. Interakt is gespecialiseerd in het werken met de gevolgen die (vroegkinderlijke) trauma’s hebben voor persoonlijke ontwikkeling en psychisch, emotioneel en sociaal welbevinden. In haar aanpak gaat Margriet Wentink uit van ze Interactieve Zelf-resonantiemethode. Dat is heel kort gezegd, een werkwijze waarbij taal toegang geeft tot het onbewuste.  De methode houdt in dat elk verlangen naar verandering, elke poging tot zelfreflectie of elke inzichtsvraag die iemand heeft, wordt geformuleerd in de vorm van een zin of woorden. Een uitvoeriger uitleg van de Interactieve Zelf-resonantiemethode staat op www.interaktiel.nlMargriet Wentink is gespecialiseerd in het werken met interactieve zelf-resonantieprocessen. Met behulp van deze methode begeleidt ze mensen bij het bereiken van hun doelen en verlangens, bij het verwerken van traumatische ervaringen en bij het ontwikkelen van zichzelf. ‘Met compassie naar de kern’ is haar motto, waarbij aandacht, verfijning, empathie en vakkundigheid hand in hand gaan met respect voor de autonomie van de cliënt. Aan haar huidige werkwijze gaat meer dan een decennium van intensieve scholing, supervisie en ervaring vooraf. Vanaf 2005 specialiseerde ze zich in de traumaverwerkingsmethode van dr. Franz Ruppert, wiens werk ze introduceerde in het Nederlands taalgebied. Samen met haar partner Wim Wassink vertaalde ze een aantal van Rupperts boeken naar het Nederlands. Om de methode toegankelijk te maken voor een breder publiek, begon ze met de publicatie van de serie Breek de stilte, waarvan het eerste deel Je verlangen dwaallicht of kompas in 2014 verscheen en het tweede deel, Het mamatrauma in 2020 verschijnt. Vanuit haar centrum voor meergenerationele psychotraumatologie, Interakt in Tiel, biedt ze verschillende activiteiten aan die gebaseerd zijn op de traumatheorie van Ruppert. In Nederland, België, Duitsland en Frankrijk geeft ze workshops waarin mensen met behulp van interactieve zelf-resonantie aan eigen levensvragen kunnen werken. Daarnaast geeft ze trainingen en opleidingen aan professionals die de methode willen gebruiken in hun werkveld (GGZ, jeugdzorg, onderwijs, politie, pastoraat, etc.) Ook geeft ze op verzoek lezingen en workshops in het onderwijs, de geboortezorg, de jeugdzorg en op themadagen binnen de GGZ (over vroegkinderlijk trauma en over het thema van haar nieuwste boek, het mamatrauma).

 

 

**)          Een werkwijze waarbij taal toegang geeft tot het onbewuste. Deze methode houdt in dat elk verlangen naar verandering, elke poging tot zelfreflectie of elke inzichtsvraag die iemand heeft, wordt geformuleerd in de vorm van een enkele zin. Zo verwoordt een vrouw met een chronische ziekte bijvoorbeeld haar angsten en verlangen met de zin ‘Ik wil leven’ en beschrijft een man die met een nieuwe partner een huis heeft gekocht, maar wiens vorige huis al jaren te koop staat, zijn veranderdoel als ‘Ik wil mijn eerste huis verkopen.’ Woorden als topjes van de ijsberg

Wanneer mensen een verlangen of een wens verwoorden, zijn ze zich er lang niet altijd van bewust wat ze zeggen, hoe goed ze misschien ook hebben nagedacht over hun verlangen. Dat komt omdat woorden als topjes van een ijsberg zijn: het grootste deel van de specifieke betekenis die een woord voor iemand heeft, bevindt zich onder de oppervlakte van het bewustzijn en slechts het topje van de ijsberg (de betekenis waarvan deze persoon zich bewust is) steekt erboven uit. Het gesproken of geschreven woord staat niet op zichzelf, maar is verbonden met die diepere, onbewuste betekenis. Levenservaringen en gebeurtenissen geven kleur aan een woord en bepalen voor een groot deel de betekenis ervan voor de persoon die het gebruikt.

Ga maar eens met een paar mensen in een ruimte zitten en vraag ze om een beeld op te laten komen bij een bepaald woord, bijvoorbeeld ‘boot’. Vervolgens laat je ze die boot tekenen en na afloop vraag je ze of de boot die ze hebben getekend hen wellicht bekend voorkomt. Meestal tekenen mensen een boot zodanig dat deze kenmerken heeft van een boot waar ze herinneringen aan hebben: het opblaasbootje uit hun jeugd, het roeibootje van hun opa waarmee ze gingen vissen, de zeilboot waar ze al zo lang van dromen, de boten vol vluchtelingen die ze zagen aankomen op de kust waar ze woonden, het schip waarmee hun ouders zijn geëmigreerd, een oud bootje dat langzaam aan het wegzinken is in het kanaal waar ze dagelijks langsfietsen op weg naar hun werk. Jij gaf ze slechts een enkel woord. Bij hen maakte dat een inhoud wakker.

Woorden functioneren in ons bewustzijn zoals zoekwoorden in een computer: je typt een woord, klikt op ‘zoeken’ en er verschijnt een hele reeks documenten. Van sommige ontdek je tot je verrassing dat je niet eens meer wist dat je ze had of wat de inhoud ervan was. Je hebt meer opgeslagen dan je je wist te herinneren. Zo is het ook met gesproken en geschreven taal. In elk woord, in elke zin die je spreekt of schrijft, resoneert een diepere ervaringswereld mee, of je je die nu wel of niet bewust herinnert: alle gebeurtenissen die je hebt meegemaakt, alle relaties die je hebt (of hebt gehad) en alle ervaringen die je hebt opgedaan zijn onbewust verbonden aan een bepaald woord en geven dat woord een betekenis voor jou.

 

***)        Citaten in grijs raster zijn met toestemming overgenomen (en soms iets ingekort) van de website van Interakt

****)      In Utero, Engels gesproken, Nederlands ondertiteld, 85 minuten.  Nuevi BV.