Illustratie 3: © Maarten Hoekstra

Pappa moet stofzuigen en afwassen; dat is beter voor zijn dochter(s)?

   Van horen zeggen……

Illustratie: © Maarten Hoekstra             Tekst: Saul Koster

Pappa moet stofzuigen en afwassen; dat is beter voor zijn dochter(s)?

‘Een vader die veel met zijn werk bezig is, zal de ambities van zijn dochter wel aanwakkeren-zou je verwachten. Maar gloednieuw onderzoek door de universiteit van British Columbia laat het tegenovergestelde zien. Juist de vaders die geregeld met de stofzuiger en de afwasborstel in de weer zijn, hebben dochters die ambitieuzere, meer ‘mannelijke’ carrières nastreven. En in gezinnen waar de vader werkt en de moeder het huishouden doet, dromen de dochters meer van ‘vrouwelijke beroepen’, zoals verpleegster, juf of huismoeder.’

Ik verzin het niet. Het citaat is te vinden in een artikel in Psychologie Magazine, zojuist verschenen, onder de titel: ‘De cruciale rol van een vader in een meisjesleven’.

 

Is lerares een mannelijker ambitie dan juf?

Er komt meteen een stemmetje dat me terugbrengt bij mijn eigen ervaringen als vader van twee (toen jonge) dochters. Het is een drukte van jewelste in mijn hoofd door al die vragen die zich opeens in rap tempo aandienen: Deed ik het goed? Heb ik wel ‘geregeld’ huishoudelijk werk gedaan? Wat is geregeld? Wat vonden mijn toen nog heel jonge dochters daarvan? Ze hebben me nauwelijks zien dweilen en vegen, want als ik dat deed zaten ze toch op school? Hebben ze dan wel gezien dat ik die ideale vader was? En wat is ideaal? Hebben ze dan niet gemerkt dat ik ze met al dat schoonmaakwerk aanzette tot hun ‘mannelijke’ ambities en carrières? En hoe zat het dan met die vrouwelijke ambities? Wat zijn dat eigenlijk? En zijn die minder belangrijk, minder ambitieus? Kan een ambitie eigenlijk wel ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’ zijn? Is het categoriseren van ambities op basis van gender goed of juist fout? Wie zal het zeggen? De bezoekers van onze website misschien? Graag!

 

De cruciale rol van een vader in een meisjesleven…

Ik kan er echt niets aan doen, maar deze titel boven het artikel in Psychologie Magazine brengt mijn stemmetje ook tot heel andere associaties,  zeker na de vele interviews die ik, onder andere voor onze website, heb gehad met vrouwen (en ook mannen) die in hun (vroege) jeugd door hun vaders zijn beroofd van hun prille ambities. Vaders die misschien konden omgaan met de stofzuiger en de afwasborstel of misschien helemaal niet. Dat bleek trouwens niet uit te maken voor de desastreuze gevolgen van hun handelen. Maar goed, ik sla door. Moet ik niet doen. Het beste is als ik mijn twee dochters vraag wat zij zich herinneren van hun vader met dweil, poetsdoek, strijkijzer en wat al niet meer om het huis te kuisen*). Wat hebben ze daaraan overgehouden? Heeft het hun ‘mannelijke’ carrières gevormd? Ze zijn nu 40+, dus ik kan het ze vragen, toch? Heb ik ook gedaan. Hun reactie hebben de drukte in mijn hoofd niet verminderd, integendeel. Er zijn vragen bij gekomen die ik onhoorbaar voor anderen, probeer te beantwoorden. Ze vatten mijn vraag heel serieus op en besteden veel tijd aan het beantwoorden.

 

Pa, waarom kom je nou opeens met dat onderscheid aanzetten?

De oudste heeft inmiddels een indrukwekkende carrière opgebouwd als lerares, projectmanager, programmamanager en Projectleider Cross Business in het bankwezen. Nou, noem dat maar geen ‘mannelijke’ carrière! Voor haar heb ik dus goed schoongemaakt thuis, zegt ze zelf ook. Het stemmetje in mijn hoofd blijft me toch aanzetten tot een kritischer zelfbeschouwing: Kan een kind dat wel beoordelen?; Er is geen vergelijking met andere vaders (en moeders). En kan je dochter dat nog wel weten na zo’n lange tijd? Is de herinnering eigenlijk meer een beleving dan een feit? En zo verder.

Mijn jongste dochter is jurist. Ze vindt dat ‘mannelijke’ en dat ‘vrouwelijke’ echt flauwekul. ‘Je doet wat in je opkomt, daarna ga je pas nadenken en kiezen voor de langere termijn.’, zegt ze. ‘En trouwens pa, mannen en vrouwen zijn toch gelijk? Dat heb je ons altijd voorgehouden en dat hebben we ook heel goed in onze oren geknoopt. Waarom kom je nou opeens met zo’n onderscheid tussen mannelijk en vrouwelijk aanzetten?’ Ik kom er niet mee, Psychologie Magazine komt ermee.

Het stemmetje is opeens heel stil. Ik hem (of haar?) een lastige vraag voorgelegd: Is onderzoeker aan een universiteit nu een ‘mannelijke’ of ‘vrouwelijke’ ambitie?

 

*) Kuisen wordt in de spreektaal in België vrij vaak gebruikt als synoniem van schoonmaken.