Doen alsof je stemmen hoort in rechtszaken; lastig aan te tonen?

  Joseph M. Pierre, MD is hoofd van de divisie hospital Psychiatry

  van het VA West Los Angeles Healthcare Center en Health Sciences

  Clinical Professor bij de afdeling Psychiatry and Biobehavioral Sciences,

  David Geffen School of Medicine aan de UCLA.

 

Doen alsof je stemmen hoort in rechtszaken; lastig aan te tonen?

Wanneer doen mensen ‘alsof’ en wanneer niet? Hoe weet ik of iemand faket? Hoe kan ik daar achter komen? En natuurlijk ook: hoe weet ik dat iemand ‘echt’ is in zijn verhaal? Moeilijke vragen in moeilijke situaties. Als het gaat om rechtszaken waarin daderschap (en slachtofferschap) ‘wettig en overtuigend’ over het juridische voetlicht moet worden gebracht zijn die vragen en vooral ook de antwoorden van belang voor alle betrokkenen.

De digitale Nieuwsbrief( nummer 168, 18 november 2019)  van Gedachten Uitpluizen maakt melding van een artikel van de hand van psychiater Joseph M. Pierre(Neuroloog en Psychiater in Los Angeles, VS). Hij publiceerde het artikel in september 2019 in Journal of the American Academy of Psychiatry and the Law. Peirre gaat in op de moeilijkheden in het vaststellen of iemand die claimt een opdracht van een stem te hebben gekregen voor een moord of anderszins crimineel gedrag, ook ‘echt’die opdracht van een stem heeft gekregen of dat voorwendt om bijvoorbeeld een andere of mindere straf of behandeling te kunnen ondergaan.

 

Bestaan ze echt?

De redactie van Gedachten Uitpluizen onderschrijft de complexiteit van onderzoek in zo’n situatie: ‘Aangezien we niet in iemands hoofd kunnen kijken en er geen specifieke biomarkers zijn voor hallucinaties moeten onderzoekers het doen met inschattingen van de kans dat er sprake is van simulatie. Eén van de kwesties die maakt dat er veel misgaat in het onderzoek naar malingering (net doen alsof) is dat de kennis die we hebben over “echte hallucinaties” verouderd is. Veel onderzoek naar dateert van tientallen jaren geleden toen er bijvoorbeeld nog een duidelijk onderscheid werd verondersteld tussen echte hallucinaties en pseudohallucinaties. Inmiddels hebben we een ander beeld van hallucinaties en weten we dat stemmen door een zeer heterogene groep mensen worden gehoord en dat de karakteristieken van stemmen even heterogeen zijn. Hierdoor is het veel moeilijker dan vroeger werd gedacht om op basis van gerapporteerde kenmerken van de stemmen een uitspraak te doen over het al dan niet echt bestaan ervan.’

Natuurlijk bestaan stemmen echt. Maar we moeten hier uitgaan van voorgewende stemmen om , zoals gezegd, iets anders binnen te halen. Bedrog is geen gekke benadering van dat calculerende gedrag.

 

Voordeel van de twijfel

Volgens Gedachten Uitpluizen komt het wel vaker voor in rechtszaken dat mensen stoornissen benoemen bij zichzelf die er niet zijn. De verdachte claimt immers dat niet hij een criminele daad heeft verricht maar ‘iemand’anders, zoals een stem die hij/zij heeft gehoord en die de opdracht gaf.

Maar gelukkig voeren niet alle mensen die stemmen horen de opdrachten die ze ontvangen uit.

In genoemd artikel in het Amerikaanse online tijdschrift wordt gesteld dat er altijd meer aan de hand moet zijn dan puur het horen van een opdrachtgevende stem als een verdachte aangeeft dat de criminele daad in opdracht van een stem is uitgevoerd.

In klinische settings (hulpverleningspraktijk) wordt verondersteld dat het faken van stemmen veel minder voorkomt dan in gerechtelijke settings. Joseph M. Pierre is van mening dat we dit eigenlijk niet weten en dat behandelaren misschien wel hun patiënten liever het voordeel van de twijfel geven dan ze mogelijk ten onrechte van ‘net doen alsof’ (bijvoorbeeld om betere zorg te krijgen) te beschuldigen.

 

Altijd een roep om hulp

Liegen is altijd fout, zou je zeggen. ‘Doen alsof’ om iemand te bedotten is van alle tijden en van alle mensen. Als liegen in verband wordt gebracht met gezondheidszorg en met mensen die te goeder trouw hulp vragen en krijgen, dan wordt het lastiger, gevoeliger, dat weet Joseph M. Pierre natuurlijk ook. Vandaar dat hij in het artikel aangeeft dat ‘vermoedens’ van bedrog in de hulpverleningspraktijk het beste gezien kunnen worden als een roep om hulp en dus ook zo benaderd en behandeld dienen te worden.

Als de stem er niet was geweest….

Gedachten Uitpluizen besluit de korte bespreking van het artikel van Joseph M. Pierre met een eigen aanbeveling: ‘In de klinische praktijk is het zinvol om trachten vast te stellen wat de persoon had willen doen als de stem er niet was geweest. Had die dan ook de neiging om een agressieve of zelfbeschadigende daad te stellen? Was hij/zij boos op een ander om een of andere reden, of waren er andere motieven om zichzelf te snijden? Of deed deze persoon het slechts uit angst voor de macht van de stem en neigden de eigen motieven juist de andere kant op? Het antwoord op deze vraag kan helpen duidelijk krijgen in welke mate de opdrachtgevende stem (al dan niet gesimuleerd) echt een mede-oorzakelijke rol speelde in het gedrag.’

En die aanbeveling klinkt vast heel bekend in de oren van velen die  hulp en steun verlenen aan mensen die pijn en verdriet hebben van hun stemmen……..

 

Pierre, J.M (2019). Assessing Malingered Auditory Verbal Hallucinations in Forensic and Clinical Settings. J Am Acad Psychiatry Law 47(4) online, 2019.