Een dagboek als hulpmiddel om de stemmen beter te leren begrijpen en herkennen.

Sandra Escher en Marius Romme

Mensen die stemmen gaan horen krijgen te maken met een wereld die geregeerd wordt door stemmen en emoties en waarin aanvankelijk geen plaats lijkt voor hun eigen waarden en normen. Het lijkt een ongrijpbare wereld. Dat is niet zo vreemd, want over het algemeen geeft de combinatie van ik-eigen emoties en de als niet-ik-eigen ervaren stemmen, mensen het idee controle en overzicht verloren te hebben.

Gaat u maar eens na wat u doet met heftige emoties? Zijn die een uitnodiging om uw verstand te gebruiken? Of om het vuur niet direct na aan uw schenen te leggen, maar aan die van iemand anders: vraag iemand die door verliefdheid overrompeld wordt zijn gevoelens te analyseren. U zal merken dat dat bijna onmogelijk is. Ik ben het onmiddellijk met u eens dat een vergelijking tussen stemmen horen en verliefdheid scheef is. Want waarom zou u als u verliefd bent er afstand van willen nemen en er controle over zien te krijgen. U heeft immers op een prettige manier het besef van tijd en ruimte verlaten. U zweeft en merkt van zelf wel wanneer u weer met twee benen op de aarde bent gekomen. Het leven is lang genoeg om geen haast te hebben.  Dat gevoel van overrompeling, die het systeem lamlegt, is bij stemmen horen anders. Over het algemeen worden stemmen als iets negatiefs ervaren, als een invasie van ongenode gasten die alleen maar problemen en chaos opleveren.  Ze laten zich graag vergezellen door zeer negatieve gevoelens van paniek en angst, zonder er iets tegen over te stellen. Hun gastheer of gastvrouw (de stemmenhoorder) krijgt al gauw het idee machteloos te zijn en ongewapend in een strijd te worden gedwongen over het bezit van zijn eigen verstand. De stemmen bezetten immers zijn hoofd, geven hem opdrachten, maken er kabaal en nemen soms het hele denken over. Voor de stemmenhoorder is het bijna een onmogelijke taak zich te realiseren dat zijn verstand hem ook ten dienste kan zijn, en zijn strijdmakker kan worden

In de afgelopen vier jaar hebben we (beide auteurs) samen met stemmenhoorders ervaringen rond het stemmen horen geprobeerd wat rationeler te bekijken. We wilden ervaringen en emoties beschrijven zonder er onmiddellijk wetenschappelijke theorieën over de oorzaak aan vast te knopen. In de vele interviews en gesprekken met stemmenhoorders merkten we dat communicatie, praten over, een van de belangrijkste middelen is die de stemmenhoorder ten dienste staan om orde in zijn chaos aan te brengen. Door communicatie op te zoeken kan hij zichzelf helpen zijn eigen emoties een handvat te geven. Door erover te praten leert hij te accepteren dat hij stemmen heeft (of hij het nu leuk vindt of niet; hij beschrijft iets van zichzelf; iets dat een ander misschien ook heeft maar niet op dezelfde wijze beleeft). Door erover te praten, het aan anderen proberen uit te leggen, wordt het mogelijk onderscheid te gaan maken tussen zichzelf en de stemmen. Op deze manier leert de stemmenhoorder wat meer afstand te nemen en de stemmen op een andere manier te bekijken. We hebben bovendien gemerkt dat door over de stemmen te leren praten je zelfvertrouwen groeit en je je meer op je omgeving betrokken gaat voelen. Mensen gaan reacties van je herkennen en begrijpen. Als de stemmen je bijvoorbeeld de opdracht geven om de trap op en neer te rennen, kan je moeder in plaats van geïrriteerd te raken en het te verbieden, je vragen of de stem je weer aanzet tot rennen. Ik wil daarom eerst ingaan op communicatie, dat aan een doel koppelen en dit doel verhelderen. In het tweede deel van dit artikel stel ik mijn verhaal als onderdeel van communicatie centraal.

Communicatie

Wat is communicatie? Communicatie wordt vanuit de verschillende disciplines anders gedefinieerd. Ik wil het definiëren als: een proces waarbij het gedrag van de ene mens steeds een reactie is op dat van een ander.

Communicatie is dus een circulair proces. Wat de ene mens (A) zegt en doet roept bij de ander (B) een reactie op. En de reactie van B roept opnieuw een reactie op bij A . In dit circulaire proces krijgt het handelen en denken van mensen vorm en inhoud. Bij het stemmen horen heeft de communicatie tot doel over de ervaring te leren praten en deze begrijpelijk te maken, om deze zo te leren accepteren. Acceptatie is weer nodig om met de stemmen in evenwicht te kunnen leven. De ideale omgang met de stemmen zou ik willen omschrijven als leven met stemmen die je stimuleren in een relatie van wederzijds respect, geen strijd relatie. Een relatie die door je omgeving wordt ondersteund. Zo geformuleerd lijkt het misschien een onbereikbaar ideaal, maar ik heb gemerkt dat dit niet waar is. Ik ken redelijk veel stemmenhoorders die zo leven.

In het proces van communicatie zijn de volgende facetten onderling van elkaar afhankelijk.

  • Zelfacceptatie;
  • Acceptatie door emotioneel belangrijke anderen;
  • Acceptatie door familie en vrienden;
  • Acceptatie op maatschappelijk niveau; onder andere de hulpverlener.

Zelfacceptatie wordt sterk beïnvloed door bijvoorbeeld de steun van emotioneel belangrijke anderen zoals familie, vrienden en collega stemmenhoorders. Stemmenhoorders ervaren dat steun krijgen van de familie niet simpel is. De familie reageert over het algemeen aanvankelijk met ontkenning of afwijzing, waardoor de stemmenhoorder zich geïsoleerd voelt. Ze hebben al een probleem door de stemmen en krijgen er zo nog een bij.

Stemmenhoorders willen dat hun omgeving erkent dat de stemmen echt bestaan. Hun verhaal, hoe bizar ook, is hun werkelijkheid. Het is een bijzondere ervaring die niet onmiddellijk als ziekte, gekte of iets gruwelijk besmettelijks geduid moet worden. Wat ze zeker in het begin nodig hebben is iemand met enige autoriteit en kennis die de stemmen accepteert, omdat dat gewicht in de schaal legt en een discussie over de stemmen legitimeert.

Hier komt dan toch vaak een hulpverlener om de hoek kijken. Stemmenhoorders die hulp zoeken voor hun vervreemdende, onbegrijpelijke belevingen, lopen vaak eerst de conventionele weg van psychiatrie en stevige medicatie af, voor ze zich realiseren dat de stemmen niet verdwijnen, maar juist bij hen horen. Ze gaan dan op zoek naar een hulpverlener die bereid is te overwegen of de stemmen echt bestaan, dit bespreekbaar maakt en steun geeft in de zoektocht naar de betekenis van de stemmen, onder andere in de waarneming van eigen en andermans emoties en de omgang daarmee.

We hebben bijvoorbeeld de ervaring dat de meeste stemmenhoorders zeer sensitief zijn. Ze pikken makkelijk de emoties van anderen op zonder deze te herkennen als die van een ander. Ze raken meer verward wanneer deze emoties de eigen paniek en angst voor de stemmen weerspiegelen. Voor hen is het belangrijk dat de hulpverlener te vertrouwen is, wat wil zeggen dat er een congruentie bestaat tussen zijn uitspraken over de stemmen en zijn emoties daarbij. Een stemmenhoorder bijvoorbeeld die agressief is, is in staat zijn hulpverlener bang te maken. `Hij is echter ook in staat de angst van die hulpverlener op te pikken. Wanneer de hulpverlener dit onbesproken laat, beïnvloedt dit enorm de behandelingsrelatie.

Voor hun zoektocht naar een acceptabele verklaring, en naar een vorm van omgang hebben stemmenhoorders iemand nodig die hen nieuwsgierig naar de stemmen kan maken. Die ook verbaasd en geïnteresseerd kan zijn over wat de stemmen zeggen, welke symbolen ze gebruiken en welke mogelijke functie ze kunnen hebben. `Iemand die hen helpt grenzen aan de macht van de stemmen te stellen.

Ze voelen zich absoluut niet thuis bij iemand die afhoudt en zegt, `praat er maar niet over’, of ‘het is maar fantasie’ of `het zijn je eigen gedachten’, want dan raak je alleen maar in de war of je wordt er boos over. De stemmen hebben, zoals alle emoties, geen knop, die een radio wel heeft. Stemmen blijven aanwezig ook al leert de stemmenhoorder erover te zwijgen. Stemmen blijven in je hoofd malen en malen en opdrachten geven, of je bang maken.

Het dagboek

Wil je echter andere mensen met je mee laten denken over jouw probleem op jouw niveau, dan zul je jouw ervaringen en ideeën erover moeten leren beschrijven en benoemen. Om de ander deelgenoot te maken moet je kunnen beschrijven wat de stemmen zeggen, wat dat bij je oproept en waarom. Het is in je eigen belang te leren communiceren over je ervaring.

Wanneer ik over communicatie praat, heb ik het primair over het verbale deel ervan. Praten over de stemmen moet je oefenen om het te leren. Dat kun je oefenen in het contact met anderen. Een aantal stemmenhoorders durft dit niet en andere ontberen soms een willig oor. Een dagboek kan voor hen een hulpmiddel zijn. Het is een geduldig en een minder kritisch oefenterrein dan bijvoorbeeld je familie. `Ik sprak met meerdere stemmenhoorders over hun dagboek. Ik maakte een kleine, vooral praktisch gerichte inventarisatie gericht op mogelijke functies van een dagboek.

Voor deze inventarisatie interviewde ik vier vrouwen, die alle vier psychiatrisch patiënt zijn geweest. Alle vier begonnen ze voor of rond 1985 hun dagboek te schrijven: twee op eigen initiatief en twee op aanraden van hun hulpverlener.

Bij de interviews werden de volgende items besproken:

  • onder welke omstandigheden werd het dagboek begonnen;
  • hoe reageerden de stemmen op het dagboek;
  • is het schrijven van een dagboek ‘ik’-versterkend (voel je je zo sterker, omdat je je chaos ordent);
  • kun je je dagboek ook aan mensen uit je omgeving laten lezen;
  • welke betekenis heeft het dagboek.

Deze ordening van items had een redelijk inzicht in de betekenis en functies van het dagboek als resultaat. Voor de vier schrijfsters waren er verschillende betekenissen, die in de loop van de tijd veranderden.

Zo begonnen mevrouw A en B een dagboek om met hun hulpverlener over de stemmen te durven praten. Pas in een later stadium werd het dagboek functioneel in het leren uiten van de eigen emoties. Mevrouw A gebruikte het bovendien om haar moeder de invloed van de stemmen te laten begrijpen. Voor mevrouw C was haar dagboek meer een mogelijkheid haar eenzaamheid te verdrijven. Ze raakte er zo mee vertrouwd, dat ze op een later tijdstip in staat was haar heftige emoties op te schrijven, er niet meer bang voor te zijn en ze te analyseren. Aanvankelijk had haar dagboek vooral de functie van een catharsis, een purificatie, later een meer ordenende functie. Mevrouw D ten slotte begon een dagboek in opdracht van haar hulpverlener met het doel haar emoties te uiten, te ordenen en meer inzicht te verwerven in de relatie tussen haar emoties en haar stemmen. Om in de verschillende betekenissen de fijnere differentiaties tussen de dagboekschrijfsters niet verloren te laten gaan, volgen korte beschrijvingen van de belangrijkste functies van het dagboek.

Mevrouw A

Het interview met mevrouw A geeft een voorbeeld van de dagboekfunctie:

  • Leren communiceren

Het toont een ontwikkeling van: met anderen leren praten over wat er met je gebeurt, wat er in je omgaat, eerst indirect via een dagboek, later direct, tot: iets nieuws leren te formuleren; je gevoelens daarbij te herkennen.

Mevrouw A is nu 34 jaar. Toen ze met haar dagboek begon, had ze al enige jaren hulpverlening achter de rug. `het ging helemaal niet goed met haar. Ze woonde heel geïsoleerd en hield er als enig gezelschap twee grote honden op na. Ze ging bijna nooit de deur uit; nam nauwelijks de telefoon aan. Dat verboden de stemmen.

Ze veranderde van hulpverlener. Tijdens haar eerste bezoeken was ze onder andere door de stemmen bijna niet in staat iets tegen hem te zeggen. Dat irriteerde haar toch. Ze besloot een dagboek te beginnen om haar ervaringen over te kunnen brengen en om duidelijk te maken welke vragen er bij haar leefden. Zoals ze zegt: ’Ik wilde dingen vertellen die ik mondeling niet door mijn strot kreeg. Als ik bij hem binnen kwam gaf ik hem mijn dagboek en begon hij vragen daarover te stellen die ik beantwoordde.’

‘Thuis ging ik meestal schrijven als ik dacht: nu gebeurt er iets met me dat ik de moeite waard vind om over te brengen; of nu gebeurt er iets met me dat ikzelf de moeite waard vind. Dan wachtte ik wel even tot het moment dat ik mezelf redelijk in staat achtte het op te schrijven. `Het kon me niets schelen als dat niet altijd even goed lukte.’

‘Aanvankelijk schreef ik de dingen achteraf op, maar op een gegeven moment ben ik ook gaan schrijven als de stemmen me in de war maakten. Dat werd dan een vrij verward verhaal. Toch gaf me dat geen extra angsten. De stemmen verboden het schrijven ook niet. `ik schreef nooit op wat ze zeiden. Waar ik wel regelmatig over schreef was mijn onmacht tegenover de stemmen.’

Over die onmacht praatte ze met haar hulpverlener en samen zochten ze een oplossing voor situaties waarin die machteloosheid een rol speelde. Een simpel voorbeeld: als ze met een vriend naar een feest ging, moest ze van de stemmen vaak halverwege de avond plotseling weg. Dat gaf dan problemen met het vriendje. Met haar hulpverlener bedacht ze dat als ze van tevoren met haar vriend af zou spreken, hoe laat ze van het feest weg zou gaan, er waarschijnlijk geen probleem zou ontstaan. In de praktijk bleek dit juist. De stemmen lieten niets van zich horen als ze zich aan de afspraak hield.

Op mijn vraag of haar dagboek ik-versterkend was antwoordde ze: ’Die vraag is moeilijk zo te beantwoorden. Ik weet wel dat als ik zat te schrijven, ik geen afstand kon scheppen tussen de emoties en mijn eigen ik. Of dat beangstigend is? Ik herlas nooit wat ik schreef. En als je het niet terug leest, is het ook niet bedreigend.’

Drie jaar geleden gebruikte ze haar dagboek om haar moeder te laten weten wat er allemaal met haar gebeurd was en nog steeds gebeurde. Als je een emotioneel beladen dagboek hebt, dan moet je mensen wel waarschuwen voordat je ze dat laat lezen. Haar moeder schrok enorm, kreeg tranen in haar ogen, iets wat normaal nooit gebeurt. Ze reageerde door te zeggen: ’Nu begrijp ik je gedrag veel beter.’ Sindsdien is de relatie tussen moeder en dochter nog hechter. Op dit ogenblik heeft mevrouw A geen dagboek meer. Als ik met haar spreek en haar met andere mensen om zie gaan, kan ik me ook niet voorstellen dat ze dat ooit nog nodig zal hebben. Ze kan zeer helder formuleren wat en waarom ze iets vindt. En om u de gelukkige afloop niet te onthouden: mevrouw A is inmiddels getrouwd en woont met haar echtgenoot en twee kinderen ergens in Brabant.

Mevrouw B

Om u even een adempauze te gunnen, neem ik u mee op reis. Voor het interview over het volgende dagboek moesten we van een dorp in Brabant naar de stad Amsterdam, waar mevrouw B woont.

Behalve de functie die mevrouw A beschrijft, komt bij mevrouw B ook de volgende functie naar voren:

  • Leren vanuit het ik te gaan schrijven.

Van: een mogelijkheid tot ordening. Dit vereist een grotere afstand tot de stemmen en de daarbij behorende emoties.

Tot: een mogelijkheid meer controle over de stemmen te krijgen.

Mevrouw B is nu 26 jaar. Toen ze in therapie ging, wilde ze haar hulpverleenster meer vertellen dan lukte. Daarom begon ze op haar aanraden met een dagboek. Hoewel er sindsdien vele dagboekvellen volgeschreven zijn, is die aanvangssituatie nog steeds niet erg veranderd. Tijdens hun gesprekken vindt ze het nog altijd moeilijk een dialoog te voeren. Terwijl ze tegen mij honderduit vertelde, ook over de stemmen, komt ze met haar hulpverleenster vaak niet verder dan ‘ja’ en ‘nee’. Het dagboek blijft voorlopig voor haar de enige manier om contact met haar hulpverleenster te krijgen. Voordat u enige interpretatie aan deze informatie geeft, wil ik u vertellen dat mevrouw B zeer op haar hulpverleenster gesteld is. Al enige jaren heeft ze er iedere maand een reis van meer dan twee uur naar Maastricht voor over om naar die therapeute te gaan.

Als verklaring voor haar onvermogen tot communicatie zegt ze: ‘Ik vind het moeilijk tijdens de therapie een uur verplicht emoties te doen’. In haar dagboek voelt ze die verplichting niet en lukt het wel. Als ze dat voelt kan ze daarin zelfs boos zijn op haar hulpverleenster en het haar dus later laten lezen.

Mevrouw B schrijft nu vooral om de dingen op een rijtje te zetten. ‘Als ik schrijf moet ik me ergens op concentreren en dan komen alle losse dingen bij elkaar’, zegt ze. ‘Het is voor mij ook enorm belangrijk daarbij mijn gevoel te uiten.’

Als ik haar vraag wat de stemmen van haar dagboek vinden, zegt ze: ‘Dat wisselt nogal eens. In het begin stoorden de stemmen niet als ik schreef. Toen had ik het idee dat de stemmen me in mijn dagboek niet volgden. Maar hoe meer ik over dingen na ging denken hoe meer de stemmen zich ermee gingen bemoeien. Als ik probeer te vermijden over dingen na te denken, zijn de stemmen er juist erg actief over. Soms zijn de stemmen echt lastig en verbieden me het schrijven. Vroeger stopte ik er dan mee. Als alles wat kalmer was geworden, schreef ik op een ander tijdstip gewoon door waarmee ik bezig was. Later ben ik echt een beetje door gaan drukken. Als ze me stoorden bleef ik wel schrijven. Via het compromis van eerst even stoppen met schrijven, ben ik zo later toch meer de baas geworden.’

Als ik haar vraag of ze, zoals mevrouw A, zichzelf tijdens het schrijven verliest antwoordt ze: ‘Als ik schrijf ben ik inderdaad mezelf een beetje kwijt. Dat was vroeger meer. Er was een tijd dat ik mijn pen op het papier zette en hem liet gaan. Ik wist toen niet letterlijk wat ik schreef. Ik schrijf wel “in” mijn emoties.’ Op mijn vraag of dat bedreigend is antwoordt ze: ’Dat is niet bedreigend, maar ik herlees liever niet wat ik schrijf. Dat moet mijn hulpverleenster maar doen.’ Ook bij mevrouw B heeft zich een ontwikkeling voorgedaan. Ze zegt: ‘Sinds kort weet ik wat de stemmen vertegenwoordigen en kan ik meer vanuit mijn eigen ik schrijven.’

Mevrouw C

Voor het derde dag boek pakten we de auto en reden we langs de immense haven van Rotterdam naar mevrouw C te Brielle. Voor mevrouw C heeft haar dagboek primair de volgende functie:

  • Gevoelens te uiten zonder anderen te hinderen of door anderen gehinderd te worden.

Van: een catharsisfunctie.

Tot: bewust je emoties leren uiten en gebruiken.

Mevrouw C is 43 jaar. Ze schrijft al 31 jaar in haar dagboek; vanaf haar 12de. Ze begon te schrijven uit eenzaamheid, nadat ze door haar ouders naar een pleeggezin gestuurd was. In het jaar dat daaraan voorafging, had ze akelige ervaringen met bijna aanranding. Haar jongere zusje keek toe, terwijl een clubje oudere jongens haar vastpakten en haar uitkleedden. Thuis durfde ze hier niets over te vertellen.

Toen ze met haar dagboek begon creëerde ze een imaginair vriendinnetje zoals wel meer kinderen doen. Pas veel later ging ze stemmen horen en veranderden de imaginaire vriendinnen die ze schreef in zichzelf. Bijvoorbeeld als ze aan of over de denkbeeldige vriendin Anne schreef, dan was zij ook Anne.

Schrijven werd een verslaving, waar ze uren mee zoet kon brengen. Zijzelf vond dat aanvankelijk geen negatieve eigenschap. Ze kon niet zonder schrijven. ‘Ik schrijf om mijn emoties kwijt te raken. Ik laat me in het schrijven gaan, dat lucht me op. Ik wil mijn gevoel uiten, anders denk ik dat ik versnipperd word. Vroeger als ik schreef verloor ik mezelf in tijd en ruimte en schreef ik in een eigen werkelijkheid. Je kunt jezelf dan verliezen en je niet meer in het hier en nu bevinden, maar je kunt jezelf door middel van het schrijven ook weer terugvinden.’

Dat laatste gebeurt sinds ze drie jaar geleden voor korte tijd in hypnotherapie ging. Mevrouw C merkte dat ze verschillende persoonlijkheden had met een eigen karakter. Bijvoorbeeld de boze, de lieve de radeloze, de verdrietige. Die verschillende personen gaf ze een naam. Ze laat die delen in haar dagboek met elkaar praten en ze stelt hen vragen. Bijvoorbeeld: ‘Waarom heb je zoveel verdriet?’ ‘Door hen aan het woord te laten heb ik mezelf teruggevonden’, zegt ze. Ze maakt onderscheid tussen de personen en haarzelf. ‘Ik ben ik en niet meer Anne. Ik krijg op deze manier ook meer zicht op mezelf.’

Het schrijven van een dagboek is voor mevrouw C een soort catharsis. Ze wil die heftige emoties niet kwijt, die horen bij haar, maar die zijn wel lastig in de omgang met anderen.

Als ze tegen een psychose aanzit gaat ze schrijven, want dat helpt. Ze zegt dat ze dan streng voor zichzelf is door grenzen aan de tijd te stellen en niet meer zoals vroeger de tijd al schrijvend door haar vingers te laten lopen. Ze schrijft nog maar een uurtje en niet meer. ‘Ik moet bij de tijd blijven, snap je wat ik bedoel?’ zegt ze.

Als ze grenzen aan de tijd stelt, heeft ze bovendien gemerkt dat ze ook geen nare stemmen heeft. Dan mag ze van de stemmen schrijven. Voordat ze hypnotherapie deed was dat anders, waren er veel meer negatieve stemmen. Ze liet zich daardoor niet weerhouden en zegt: ’Ik schreef gewoon door de stemmen heen. Soms schreven de stemmen door mijn pen. Dat maakte me wel heel angstig.’

Haar dagboek laat ze niet aan anderen lezen. Haar man zou dat wel mogen, maar schrikt er te veel van. Toen hij onlangs per ongeluk in haar dagboek las, omdat het open in de huiskamer lag, werd hij er panisch door, dacht dat ze echt gek was en eiste dat ze medicijnen ging gebruiken of opgenomen zou worden. Haar dagboek als mogelijkheid om haar gevoelens te uiten noemt mevrouw C een zegen.

Mevrouw D

Voor het vierde dagboek zult u mij moeten volgen naar het zuiden van Limburg. Mevrouw D is geboren en getogen Roermondse. Haar dagboek heeft een meer indirecte functie. In de loop der jaren heeft ze via haar dagboek geleerd haar emoties aan belangrijke gebeurtenissen te koppelen. Ze kan nu met anderen beter over haar emoties praten en heeft de stemmen minder nodig. Voor haar heeft het dagboek de functie van:

  • Naslagwerk,

waarin door het beschrijven van de eigen emoties belangrijke, onbeheersbare gebeurtenissen zoals verliefd zijn, die te veel spanning opbouwen, begrijpelijk worden.

Mevrouw D is nu 30 jaar. Ongeveer tien jaar geleden werd ze na een suïcidepoging voor het eerst in een psychiatrisch ziekenhuis opgenomen. Ze woonde nog bij haar ouders. Sloot zich veel op. Raakte ze echter geëmotioneerd, dan waren er bijna geen grenzen. Bovendien was en is ze zeer gevoelig en pikt ze ook snel de emoties van anderen op. 24 Uur nadat ze opgenomen was ging ze stemmen horen. De stemmen werden ware tirannen. Desondanks vond ze zichzelf, na ongeveer een half jaar, goed genoeg om het ziekenhuis te verlaten. Haar hulpverlener vond het wat prematuur en adviseerde haar als overgang tijdelijk ’s nachts bij haar ouders te gaan slapen en de dagen in haar eigen flat door te brengen. Haar hulpverlener gaf haar de opdracht met een dagboek te beginnen, wat ze overdag dan ook in haar flat deed. Ze moest met enige woorden illustreren wat ze in die situaties voelde. Ze kreeg die opdracht met de bedoeling haar emotionele chaos te ordenen.

Mevrouw D is perfectioniste. Ze wilde de opdracht van de hulpverlener zo goed mogelijk uitvoeren. Als ze vond en nog steeds vindt dat iets niet goed geschreven is, verscheurt ze het en herschrijft het. Ze probeert dan ook vanaf het begin af aan zo perfect mogelijk neer te zetten wat ze kwijt wil.

Volgens mij ligt hier de reden waarom mevrouw D in tegenstelling tot mevrouw A, B en C alleen schrijft wanneer ze over iets heeft nagedacht. ‘Als ik te emotioneel ben, dan kan ik niet denken en schrijven’, zegt ze. Ze maakte zich met vallen en opstaan de techniek van het zo exact mogelijk beschrijven van wat ze voelde eigen. Nu zegt ze daarover:

‘Wanneer ik pen en papier neem, dan is er iets met me gebeurd. Ik heb iets meegemaakt, verwerkt en leg het vast als een fotootje. Ik kan op deze manier mijn emoties verwerken en er afstand van nemen.’

In tegenstelling tot mevrouw A, B en C vindt mevrouw D het niet bedreigend haar dagboek te herlezen. Dat doet ze regelmatig. Het is de film van haar leven geworden, die ze bewaart en koestert. Ze zegt: ‘Ik houd van veranderen, maar ik wil een lijn zien. Ik wil orde en zicht. Als er iets mis gaat en je hebt erover geschreven, dan accepteer je het makkelijker.’ In de loop van de tijd heeft mevrouw D ook een ontwikkeling doorgemaakt: ‘Door in mijn dagboek te schrijven heb ik geleerd dat mijn emoties ergens aan gekoppeld zijn. Ik weet nu dat ze ergens mee te maken hebben.’

Als ik haar vraag wat de stemmen van haar dagboek vinden, vertelt ze dat die zich nooit met haar dagboek bemoeid hebben. ‘Ik heb wel eens over ze geschreven, over de dingen die ze me lieten doen, maar altijd veel later.’ Ze concludeert: ‘Mijn dagboek geeft me rust.’

Conclusie

Ik neem u weer mee op reis om ten slotte achter mijn bureau in Maastricht te belanden voor een conclusie. Uit de interviews en de gesprekken die ik met stemmenhoorders over hun dagboek had, moet ik concluderen dat het schrijven van een dagboek als positief ervaren wordt. Het is minder bedreigend dan ik verwachtte. De stemmenhoorder schijnt zelf over een regulator te beschikken, die informatie doseert en pauzes inlast.

Door de tijd heen ontstaat in het eigen tempo van de stemmenhoorder een situatie waarin meer overzicht, inzicht en controle over de stemmen en de emoties ontstaan.

Het dagboek is een uitstekende manier om tot communicatie over de stemmen te komen, doordat er al schrijvend meer inzicht ontstaat en er verbanden tussen emoties en situaties gelegd kunnen worden. Door de tijd heen worden gedachten en emoties steeds beter geformuleerd. Hier zit echter wel een problematische factor. Schrijven met als doel het anderen te laten lezen kan zo bedreigend zijn dat de stemmenhoorder geen letter meer op papier krijgt. Die bedreiging is terecht, want veel stemmenhoorders hebben negatieve ervaringen wanneer ze andere mensen hun ongefilterde emoties laten zien. Als het dagboek rechtstreeks in de communicatie gebruikt wordt, zal degene die het aangeboden krijgt eerst aan een aantal voorwaarden moeten voldoen, zoals bijvoorbeeld betrouwbaar zijn en open staan voor de emoties van anderen. Lang niet iedere stemmenhoorder is bereid deze hobbel te nemen en zich in het diepe te gooien. Het is dan ook de vraag hoe een hulpverlener mensen hierbij kan helpen. Deze vraag is niet eenvoudig te beantwoorden. De mogelijkheid tot privacy (het dagboek verstoppen), creativiteit (gebruik de fantasie om samen met de stemmenhoorder voorwaarden te scheppen waaronder hij wel durft te schrijven), onderbieden (vraag een stemmenhoorder minder dan hijzelf aanbiedt) en niet overvragen (wanneer het schrijven van een dagboek niet lukt, realiseer je dan dat je te veel vraagt) spelen onder andere een rol. Met andere woorden hier duikt een ander onderwerp op, dat een nieuw artikel vraagt.